<?xml version="1.0" encoding="UTF-8"?>
<rss version="2.0"
	xmlns:content="http://purl.org/rss/1.0/modules/content/"
	xmlns:wfw="http://wellformedweb.org/CommentAPI/"
	xmlns:dc="http://purl.org/dc/elements/1.1/"
	xmlns:atom="http://www.w3.org/2005/Atom"
	xmlns:sy="http://purl.org/rss/1.0/modules/syndication/"
	xmlns:slash="http://purl.org/rss/1.0/modules/slash/"
	>

<channel>
	<title>Sander Koops</title>
	<atom:link href="http://www.sanderkoops.nl/feed/" rel="self" type="application/rss+xml" />
	<link>http://www.sanderkoops.nl</link>
	<description>Korte verhalen en muziek</description>
	<lastBuildDate>Mon, 27 Feb 2012 11:24:16 +0000</lastBuildDate>
	<language>en</language>
	<sy:updatePeriod>hourly</sy:updatePeriod>
	<sy:updateFrequency>1</sy:updateFrequency>
	<generator>http://wordpress.org/?v=3.3.1</generator>
		<item>
		<title>Ho Moos!</title>
		<link>http://www.sanderkoops.nl/2012/02/ho-moos/</link>
		<comments>http://www.sanderkoops.nl/2012/02/ho-moos/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 27 Feb 2012 11:24:16 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander Koops</dc:creator>
				<category><![CDATA[Korte verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.sanderkoops.nl/?p=195</guid>
		<description><![CDATA[Het was erg koud buiten. Ik trok mijn muts nog even goed over mijn oren. ‘Kom opMoos,’ zei ik tegen onze hond. Inderdaad, van Sam en Moos, al is er nog geen Sambijgekomen. ‘Het is even doorbijten, maar als je vlug je behoefte doet, zijn we ookvlug weer binnen.’ Met frisse tegenzin zette Moos haar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>Het was erg koud buiten. Ik trok mijn muts nog even goed over mijn oren. ‘Kom op<br />Moos,’ zei ik tegen onze hond. Inderdaad, van Sam en Moos, al is er nog geen Sam<br />bijgekomen. ‘Het is even doorbijten, maar als je vlug je behoefte doet, zijn we ook<br />vlug weer binnen.’ Met frisse tegenzin zette Moos haar stapjes in de sneeuw.</p>
<p>Het was acht uur in de morgen en al volledig licht buiten. Dat vind ik het fijne van<br />februari; de eerste tekenen van het voorjaar dienen zich aan, te beginnen met de<br />langer wordende dagen. Ik heb geen hekel aan de winter, maar ik heb wel moeite met<br />het gebrek aan licht. In december en januari fiets ik dagelijks in het donker naar mijn<br />werk en als ik ’s avonds thuiskom is de zon al achter de horizon verdwenen. Die korte<br />dagen, daar heb ik een hekel aan.</p>
<p>Moos snuffelde hier en daar aan een plukje gele sneeuw en rustig liepen we naar de<br />hoek van de straat, waar Moos altijd wacht met oversteken tot ik naast haar sta. Ze<br />heeft zo’n uitrolbare riem van een meter of vijf en daardoor enige bewegingsvrijheid.<br />Vandaag besloot ze die vrijheid te misbruiken en maakte aanstalten de straat over<br />te steken, terwijl ik nog niet naast haar stond. Ik keek naar rechts en zag vanaf de<br />andere kant van de straat een auto aan komen rijden, met veel te hoge snelheid, zeker<br />gezien de gladheid. Ik zag Moos met haar voorpoten op straat stappen, en nu ik er aan<br />terugdenk klinkt er in mijn hoofd het deuntje van 12 steden, 13 ongelukken. Je kon het<br />duidelijk aanvoelen; dit gaat mis!</p>
<p>Van schrik gaf ik een ruk aan de riem en riep: ‘Ho Moos!’. Ik had natuurlijk kunnen<br />roepen: ‘Stop Moos!’ of gewoon: ‘Hier!’ maar ik riep: ‘Ho Moos!’ en ik riep het hard.<br />‘Zei die gozer nou homo’s tegen ons?’ hoorde ik iemand zeggen. Ik keek om en zag<br />drie breedgeschouderde bouwvakkers op de tweede verdieping van een bouwsteiger<br />staan. ‘Ik zie niemand anders,’ zei een van de mannen. Intussen bleef Moos netjes<br />staan en de auto scheurde voorbij. Twee van de drie bouwvakkers keken mij dreigend<br />aan en klommen van de steiger. Ik dacht maar één ding: rennen! En dat was wat ik<br />deed. Ik rende weg. Zo hard als ik kon. Moos vond het leuk. Rennen door de sneeuw.</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.sanderkoops.nl/2012/02/ho-moos/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het beste moment (Opdracht schrijfwedstrijd)</title>
		<link>http://www.sanderkoops.nl/2011/10/verzwegen-verhalen/</link>
		<comments>http://www.sanderkoops.nl/2011/10/verzwegen-verhalen/#comments</comments>
		<pubDate>Sat, 01 Oct 2011 08:34:55 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander Koops</dc:creator>
				<category><![CDATA[Korte verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.sanderkoops.nl/?p=190</guid>
		<description><![CDATA[‘Ik begrijp het niet,’ zeg ik tegen mijn moeder. ‘Waarom nu? U heeft vijfendertig jaar de tijd gehad om dit mij te vertellen. Er hebben zich die jaren zoveel gelegenheden voorgedaan die beter geschikt zouden zijn geweest dan dit moment.’
Ik loop naar de kledingkast en open de deur. Het gesnik van mijn moeder vaagt naar [...]]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>‘Ik begrijp het niet,’ zeg ik tegen mijn moeder. ‘Waarom nu? U heeft vijfendertig jaar de tijd gehad om dit mij te vertellen. Er hebben zich die jaren zoveel gelegenheden voorgedaan die beter geschikt zouden zijn geweest dan dit moment.’</p>
<p>Ik loop naar de kledingkast en open de deur. Het gesnik van mijn moeder vaagt naar de achtergrond. Ik kan haar bijna niet meer horen. Ik kijk naar mezelf, in de spiegel aan de binnenkant van de deur. Mijn ogen zijn rood. Dezelfde ogen die, zoals mijn moeder altijd zei, zoveel op die van mijn vader lijken. Hoe kon ze dat zeggen? Toch vind ik nog steeds dat mijn ogen op die van mijn vader lijken. Of kan het zijn dat ik alleen maar denk dat er een treffende gelijkenis is, doordat mij dit jaren lang is voorgehouden? Langzaam zak ik door mijn benen, tot ik hurkend voor de spiegel zit. Ik kijk naar de beginnende kraaienpoten in de hoeken van mijn ogen. Ik kon uren naar de kraaienpoten van mijn vader kijken wanneer hij weer eens op de bank in slaap was gevallen. Ik heb ze altijd mooi gevonden. Je kunt er iemands emotionele leven heel goed uit afleiden. Wanneer het geluk en de blijdschap hebben overheerst, neigen de kraaienpoten naar boven. Maar wanneer het ongeluk en het verdriet overheersend zijn geweest, hangen de kraaienpoten als treurwilgen langs de ogen naar beneden. Mijn vader had een soort permanente glimlach. Prachtig, vond ik. Een soort levenstekening die je permanent met je meedraagt. Daardoor kwam het dat ik, in tegenstelling tot velen, juist trots was toen ook ik die rimpels kreeg.</p>
<p>Ik voel een intense woede in mij. Waarom hebben mijn ouders dit zo lang verzwegen? Ik probeer het te begrijpen maar ik kom niet ver. Wat mij vooral zo tegenstaat, is dat mijn jeugd altijd in het teken heeft gestaan van waarden en normen. Liegen is uit den bozen, wat je ook hebt gedaan. We hebben thuis altijd alles open besproken. Ik kan mij dan ook niet herinneren dat ik ooit straf heb gehad op de manier waarop vriendjes van mij dat wel kregen. Zonder eten naar bed of twee uur op je kamer zitten was er bij ons niet bij. Al moet ik eerlijk zeggen dat die straffen misschien wel gemakkelijker zouden zijn geweest dan het verwerken van de woorden die mijn moeder mij, na een misdraging, streng toesprak. ‘Ik ben erg teleurgesteld.’ Meer hoefde mijn moeder niet te zeggen. Het kwam altijd hard aan.</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>‘Ik ben erg teleurgesteld in u,’ zeg ik.</p>
<p>Toen ik mij zojuist bedacht dat ik deze woorden zou gaan uitspreken had ik verwacht dat ze gevolgd zouden worden door opluchting. Maar helaas, mijn gevoel blijft onveranderd.</p>
<p>‘Het spijt me zo ontzettend, jongen van me,’ zegt mijn moeder. ‘Ik ben altijd bang geweest je kwijt te raken.’</p>
<p>‘Waarom in godsnaam? Is dit waarom jullie er altijd zo op gehamerd hebben dat je iemand niet mag beoordelen op een lichamelijk gebrek? Dat is toch precies het geval geweest bij papa? Dat zijn zaad niet actief genoeg was, daar kon hij toch niets aan veranderen? En u al helemaal niet. Nu is papa er niet meer en kan ik het nooit meer met hem bespreken.’</p>
<p>‘Dat is precies waarom ik het je alsnog vertel. Hoe pijnlijk ik het ook vind om dit juist nu te moeten doen. We hebben altijd geweten dat het verkeerd is geweest. Het is nooit onze bedoeling geweest het te verzwijgen, eerlijk waar. Maar we hebben nooit goed gepland wanneer we het je zouden vertellen, dat was onze grootste fout. Vanaf je geboorte hadden we samen de afspraak moeten maken dat we het op een bepaald moment zouden uitleggen. Maar welk moment is dan het beste? En de tijd is zo enorm snel gegaan. Hadden we het moeten vertellen toen je voor het eerst ‘papa’ zei? Of toen je voor Vaderdag een papieren stropdas had gemaakt? Hadden we het moeten vertellen toen papa je heeft leren fietsen? Of misschien ergens tussen al die prachtige momenten in? Voor je vader is het ook enorm moeilijk geweest, je was alles voor hem. We hebben elkaar zo vaak met pijn in ons hart aangekeken. We kwamen er niet meer uit. Tot voor ons ongemerkt de situatie was omgedraaid. We hadden het op een dag niet meer over het moment waarop we het zouden gaan vertellen maar over de momenten waarop we het al hadden kunnen vertellen. Toen we dat beseften, besloten we ermee te wachten tot je achttien zou zijn. Dat je vader dit niet heeft mogen meemaken veranderde ook die planning weer drastisch. Daarom is het nu aan mij.’</p>
<p>‘Waarom heeft u zo vaak gezegd dat ik op papa lijk? Waarom beaamde u dit zo stellig wanneer ook andere mensen dit zeiden?’</p>
<p>‘Omdat je ook écht op je vader bent gaan lijken. Jullie hebben misschien niet de genetische verbintenis van vader en zoon gehad, maar wel de emotionele verbintenis. En die is bij jullie altijd ongekend sterk geweest. Je kunt ook op iemand gaan lijken doordat je de gedragingen van die persoon overneemt. Je vader heeft zijn positieve blik op het leven aan jou overgedragen. Dat tekent je. Ook je uiterlijk. Hij heeft je leren genieten van alles om je heen. Hij heeft je moeilijke zaken leren relativeren. Zijn levenswijze hebben jullie uiteindelijk beide omarmd. Het geluk dat hiermee gepaard ging hebben jullie altijd op precies dezelfde manier uitgestraald. En nog zie ik je vader als ik naar je kijk. Ook na zijn dood.’</p>
<p>&nbsp;</p>
<p>Op de gang blijft een zuster staan. ‘Gaat het goed?’ vraagt ze.</p>
<p>‘Ja, het gaat goed. We zullen wat zachter praten,’ zeg ik.</p>
<p>‘Ik wil mij niet in uw privésituatie mengen, maar uw moeder heeft haar rust hard nodig,’ zegt de zuster. ‘Misschien kunt haar emotioneel wat sparen. Dat geeft haar meer tijd om ook van andere mensen waardig afscheid te kunnen nemen.’</p>
<p>‘Het is goed,’ zegt mijn moeder. ‘Dank u.’</p>
<p>De zuster loopt weer verder. Het zal voor andere mensen lastig te begrijpen zijn. Zij zien enkel een grote man die boos is op een terminaal zieke vrouw. Ik zie ook de ziekte van mijn moeder, daar kun je nu onmogelijk nog omheen. Haar lichaam begint zich langzaam uit te schakelen. Je ziet in haar gezicht dat de dood niet ver van haar verwijderd is. Hoe intens treurig ik dat ook vind, op dit moment heeft de woede nog de overhand.</p>
<p>‘Wat heeft u doen besluiten het nu alsnog te vertellen? Is het de angst dat u na uw dood wordt gestraft wanneer u het niet zou hebben verteld? Pijnlijke bekentenissen vanuit het sterfbed, dat zie je normaal alleen als dooddoener in slechte films. Dit had ik nooit achter u gezocht.’</p>
<p>‘Misschien zie je het wel regelmatig in films doordat het in de werkelijkheid nog zo vaak voorkomt. Je ziet het leven echt heel anders wanneer je op het einde wacht. Ik heb mij nog nooit zo vredig gevoeld. Ik hoef helemaal niets meer. Zelfs het wachten kan ik op een ontspannen manier. Zeker nu ze mij wat extra morfine geven om het einde vrijwel pijnloos tegemoet te kunnen gaan. Ik heb de afgelopen weken veel kunnen nadenken. Uit al die gedachten is maar één laatste wens boven komen drijven. En die wens heb ik zojuist in vervulling laten gaan. Het is niet de angst geweest om iets in het graf mee te nemen of de angst om gestraft te worden. Jij hebt nog een lang leven voor je. Ik vind dat je het recht hebt om te weten welke oorsprong je hebt en ik wilde je dat heel graag zelf vertellen. Misschien dat je er in de toekomst op welke wijze dan ook, zelf achter zou zijn gekomen. Wat zou je dan van ons denken? Die gedachte deed mij zoveel pijn, dat ik je woede en je teleurstelling erboven verkozen heb. Ik weet dat het verkeerd is geweest en het spijt mij dan ook enorm. Er is op dit moment niets waar ik meer spijt van heb. Vooral ook omdat ik nu zie dat het de band die je met je vader had waarschijnlijk niet eens in gevaar zou hebben gebracht. We hadden er veel eerder over moeten praten. Precies zoals wij jou altijd hebben geleerd.’</p>
<p>‘Zelfs wanneer u dit een paar weken eerder zou hebben verteld, was het al beter geweest dan vandaag. U gaat dood mama, en ik ben boos op u. Ik ben hier om afscheid te nemen. Dat kan toch niet nu ik deze woede voel?’</p>
<p>‘Dat hoeft ook niet jongen,’ zegt mijn moeder. ‘Ik heb er vrede mee. Je mag boos op mij zijn. Ik had het niet anders verwacht. Ik zou zelf precies hetzelfde hebben gereageerd, daarom begrijp ik je zo goed. Ik weet ook zeker dat je ons op een zeker moment zal vergeven. Neem daar rustig je tijd voor. Dat zal ik je nooit kwalijk nemen.’</p>
<p>‘Het spijt me mama. Ik zou willen dat ik het voor nu even kan vergeten maar het gaat niet. Daar moet ik ook eerlijk in zijn. Het moment is zo ongelukkig gekozen.’</p>
<p>‘Misschien maak ik het nog mee, misschien ook niet. Het maakt niet uit. Je bent mijn zoon. Ik hou van jou, onvoorwaardelijk. En ik weet dat je ook van mij houd, al kun je dat nu misschien niet zeggen.’</p>
<p>‘Ik kom later vanmiddag nog wel even terug mam. Het spijt me.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.sanderkoops.nl/2011/10/verzwegen-verhalen/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Oude liedjes</title>
		<link>http://www.sanderkoops.nl/2011/05/oude-liedjes/</link>
		<comments>http://www.sanderkoops.nl/2011/05/oude-liedjes/#comments</comments>
		<pubDate>Tue, 24 May 2011 10:11:35 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander Koops</dc:creator>
				<category><![CDATA[Muziek]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.sanderkoops.nl/?p=177</guid>
		<description><![CDATA[Klik verder om naar de downloadpagina te gaan.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p><a href="http://www.sanderkoops.nl/songs/Vrij.mp3">http://www.sanderkoops.nl/songs/Vrij.mp3</a><br /><a href="http://www.sanderkoops.nl/songs/Het-Leven-Is-Mooi.mp3">http://www.sanderkoops.nl/songs/Het-Leven-Is-Mooi.mp3</a><br /><a href="http://www.sanderkoops.nl/songs/Alleen.mp3">http://www.sanderkoops.nl/songs/Alleen.mp3</a><br /><a href="http://www.sanderkoops.nl/songs/De-Hand-Van-Tijd.mp3">http://www.sanderkoops.nl/songs/De-Hand-Van-Tijd.mp3</a><br /><a href="http://www.sanderkoops.nl/songs/Heel-Even-Maar.mp3">http://www.sanderkoops.nl/songs/Heel-Even-Maar.mp3</a><br /><a href="http://www.sanderkoops.nl/songs/Weg-Zonder-Briefje.mp3">http://www.sanderkoops.nl/songs/Weg-Zonder-Briefje.mp3</a></p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.sanderkoops.nl/2011/05/oude-liedjes/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
<enclosure url="http://www.sanderkoops.nl/songs/De-Hand-Van-Tijd.mp3" length="3768030" type="audio/mpeg" />
<enclosure url="http://www.sanderkoops.nl/songs/Heel-Even-Maar.mp3" length="2458564" type="audio/mpeg" />
<enclosure url="http://www.sanderkoops.nl/songs/Alleen.mp3" length="3826126" type="audio/mpeg" />
<enclosure url="http://www.sanderkoops.nl/songs/Vrij.mp3" length="3084249" type="audio/mpeg" />
<enclosure url="http://www.sanderkoops.nl/songs/Het-Leven-Is-Mooi.mp3" length="3584964" type="audio/mpeg" />
<enclosure url="http://www.sanderkoops.nl/songs/Weg-Zonder-Briefje.mp3" length="3669392" type="audio/mpeg" />
		</item>
		<item>
		<title>3daten</title>
		<link>http://www.sanderkoops.nl/2011/02/3daten/</link>
		<comments>http://www.sanderkoops.nl/2011/02/3daten/#comments</comments>
		<pubDate>Fri, 04 Feb 2011 15:25:20 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander Koops</dc:creator>
				<category><![CDATA[Korte verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.sanderkoops.nl/?p=122</guid>
		<description><![CDATA[‘Daar zitten we dan,’ zeg ik wat onwennig.
Voorzichtig probeer ik iets dichter naast Esther te gaan zitten. De bank kraakt. Misschien moet ik straks een muziekje opzetten. Telkens als er een moment van stilte in ons gesprek valt lijkt het alsof er geluiden klinken die ik normaal nooit hoor. Hopelijk valt alleen mij dat op.
‘Is dit je eerste keer?’ vraagt Ester terwijl ze me verleidelijk aankijkt.]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>‘Daar zitten we dan,’ zeg ik wat onwennig.<br />
Voorzichtig probeer ik iets dichter naast Esther te gaan zitten. De bank kraakt. <em>Misschien moet ik straks een muziekje opzetten. Telkens als er een moment van stilte in ons gesprek valt lijkt het alsof er geluiden klinken die ik normaal nooit hoor. Hopelijk valt alleen mij dat op.<br />
</em>‘Is dit je eerste keer?’ vraagt Esther terwijl ze me verleidelijk aankijkt.<br />
Even is het stil. Ik twijfel aan wat ik zal zeggen.<br />
‘Ja, eigenlijk wel. Vind je dat gek?’<br />
‘Nee hoor, helemaal niet. Dat is wel spannend, toch?’<br />
‘Ja, ik vind het inderdaad best spannend,’ zeg ik op klungelige toon.<br />
Weer is het stil. Ik kijk naar Esther. Op de een of andere manier bekruipt mij het gevoel dat er iets niet klopt. Ik vraag me af waarom. <em>Is het de manier waarop ze praat? Ligt het aan de kleding die ze draagt?<br />
</em>‘Vind je me aantrekkelijk?’ vraagt ze plotseling.<br />
’Eh, nou, eh, ja, op zich wel. Hoe dat zo?’<br />
Nu heb ik ongetwijfeld het stadium “mega-nerd” bereikt. Ik weet mij geen houding te geven, ik weet niets te vragen, ik geef domme antwoorden op Esther haar vragen en ik laat kansloos lange stiltes vallen. Daarnaast is Esther veel knapper dan ik. Dit gaat natuurlijk niets worden. En dan is er nog dat akelige gevoel dat er iets niet in de haak is. Dat maakt me steeds onzekerder.<br />
‘Ik vind je leuk,’ zegt Esther. ‘Waar woon je eigenlijk?’<br />
‘Ik pak even wat te drinken,’ zeg ik terwijl ik vluchtig opsta en naar de keuken wandel.</p>
<p><em>Ik kan natuurlijk zeggen dat ik geen zin meer heb in de date. Dat is misschien niet aardig maar op deze manier schieten we er geen van beiden iets mee op. </em>Even staar ik naar de foto’s op mijn koelkast. <em>Ach ja, ik wacht het wel even af. Misschien moet ik geduld hebben.</em><br />
Ik pak de cola en loop weer richting de woonkamer. Terwijl ik de dop van de fles draai blijf ik in de deuropening staan. Verbaasd kijk ik naar de bank. Daar zit ze, op dezelfde plek. Met als enig verschil het feit dat ze nu alleen haar ondergoed nog aan heeft. <em>Dit kan toch niet kloppen? Ze is mooi, ze kent mij nauwelijks en toch zit ze nu half naakt op mijn bank. </em></p>
<p>Voorzichtig ga ik weer naast haar zitten. Toch maar iets verder van haar af.<br />
Daar ben je weer,’ zegt ze lief lachend.<br />
‘Daar ben ik weer. Had je het warm?’<br />
‘Grapjas,’ zegt ze op een sexy toon met half gepruilde lippen. ‘Trek jij nu ook wat uit?’<br />
‘Iets uittrekken?’<br />
‘Ja, iets uittrekken. Of weet je wat. Trek alles maar uit. Ik wil je helemaal zien,’ fluistert ze zachtjes terwijl ze met haar ene hand sensueel over haar borst streelt en met haar andere hand langzaam via haar buik richting haar slipje kruipt.<br />
Ik weet niet of ik nu langzaam opgewonden raak of dat ik nog steeds alleen erg gespannen ben, maar ik blijf roerloos op de bank zitten. En dan hoor ik plotseling iets op de achtergrond. De spanning valt direct van mij af. <em>Ik kan de computer uitzetten of ik kan de grap omdraaien.<br />
</em>Nog voor ik goed en wel heb nagedacht klim ik op de bank, ik trek mijn broek omlaag, ik keer vakkundig en razend snel mijn kont richting Esther’s hoofd en ik laat direct een snoeiharde scheet! Recht in haar gezicht!<br />
Esther valt bijna op de grond van het lachen. En niet alleen Esther. Uit de boxen van mijn computer hoor ik nog duidelijk een aantal andere mensen lachen.<br />
‘Ik wist het!’ roep ik lachend naar Esther. ‘Er klopte geen zak van!’<br />
‘Hoe had je het in de gaten dan?’ vraagt ze terwijl ze nog lachend naar lucht hapt.<br />
‘Volgens mij ben je niet alleen en is er iemand verkouden bij jullie. Ik hoorde iemand zijn of haar neus ophalen.’<br />
‘Tessa, trut! Hahaha, jij zeker weer?’ roept Esther.<br />
‘Ja, sorry! Ik dacht dat ik het wel kon inhouden maar het lukte even niet,’ klinkt er uit de speakers.<br />
‘Je zult het misschien niet geloven,’ zegt Esther. ‘Maar we krijgen bijna iedere avond wel één vent zo ver dat hij zich voor de 3d-webcam uitkleedt.’<br />
‘Echt?’ vraag ik lachend als een boer met kiespijn omdat ik weet dat ze mij ook bijna zover hadden.<br />
‘Ja echt, en als hij dan helemaal naakt is dan komen we in eens met alle meiden tegelijk in beeld en schrikt hij zich het apezuur!’<br />
‘Nou, ik moet zeggen, het is wel een goede grap. Maar dat durf ik alleen toe te geven nu ik jullie op het laatste moment toch in de smiezen had.’<br />
‘Hahaha, ja inderdaad. Gelukkig hebben we je kont nog gezien,’ klinkt er uit de speakers.<br />
‘Met hoeveel mensen zijn jullie eigenlijk? En alleen meiden hoop ik?’<br />
‘We zijn alleen met meiden. Wacht even, dan komen we allemaal even in beeld.<br />
Vanuit het niets verschijnen er zes andere meiden naast Esther in mijn woonkamer. Ik schat dat ze ongeveer net zo oud zijn als Esther.<br />
‘Jullie passen bijna binnen het beeld van mijn beamer!’<br />
‘Bijna? We zijn met zeven meiden. Zie je ons niet allemaal?’ vraagt een meisje die met een half lichaam in de woonkamer staat.<br />
‘Als jij even iets naar rechts stapt dan ben je er ook volledig bij,’ zeg ik terwijl ik glimlachend naar haar wijs.<br />
‘Wel echt ontzettend grappig hè, online 3d-ten?’ vraagt Esther.<br />
‘Ik lach me rot.’ zeg ik gniffelend. ‘Maar dit was wel écht mijn eerste keer hoor. Vorige maand heb ik pas een beamer gekocht die 3d beelden kan projecteren. Wat mij betreft de allerbeste uitvinding van de afgelopen tien jaar! Het kon ook al wel met mijn 3d TV maar dat is toch veel minder leuk dan met de beamer. Het blijft toch verbazingwekkend dat je hier naast me op de bank lijkt te zitten terwijl je in werkelijkheid heel ergens anders bent.’<br />
‘Ja, echt gaaf hè?’ zegt Esther. ‘Ik had ook niet eerder iets met online daten gedaan maar sinds het met 3d afspraakjes kan vind ik het toch wel erg leuk.’<br />
‘Maar niet echt om opzoek te gaan naar een nieuwe liefde?’<br />
‘Nee, dat niet. Daar wil ik niet naar opzoek, die komt vanzelf wel. Dit wordt volgens mij hét nieuwe online social networking. Het heet dan wel 3d-ten maar je kunt er veel meer mee.’<br />
‘Ik ben ook niet echt opzoek hoor,’ zeg ik terwijl ik twijfel aan of ik nu lieg of niet.<br />
‘Dit is overigens ook een leuke manier om familie en vrienden te zien die wat verder weg wonen,’ zegt Esther enthousiast. ‘Het is toch een stuk leuker dan gewoon bellen of Skypen.’<br />
‘Zonder enige twijfel,’ zegt een ander meisje.<br />
‘Ik kan jullie helaas niets te drinken aanbieden want zover gaat 3d nog niet. Dat is dan toch wel weer jammer,’ zeg ik met een knipoog.<br />
‘Ach ja, ’ zegt Esther. ‘We pakken wel ons eigen drinken. Dan zijn we je goedkope nieuwe vrienden.’<br />
‘Dan proost ik op mijn goedkope nieuwe vrienden van 2020,’ zeg ik. ‘Alleen wel teleurstellend dat ik jullie niet kan aanraken. Maar goed, dat is misschien maar beter ook.’</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.sanderkoops.nl/2011/02/3daten/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Het mes van Cupido</title>
		<link>http://www.sanderkoops.nl/2011/01/cupido/</link>
		<comments>http://www.sanderkoops.nl/2011/01/cupido/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 31 Jan 2011 21:09:56 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander Koops</dc:creator>
				<category><![CDATA[Korte verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.sanderkoops.nl/wp/?p=66</guid>
		<description><![CDATA[Één kogel, één dader, één kans. Angstvallig probeerde ik de zweetdruppels van mijn voorhoofd te vegen. Gebrek aan bewijs? Had stalking zó weinig prioriteit voor de politie? Voorzichtig probeerde ik me om te draaien zonder enig geluid te maken. Maar ieder geluid leek duizend maal sterker dan normaal....]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p style="text-align: justify;"><span style="color: #808080;"><em></em></span>Één kogel, één dader, één kans. Angstvallig probeerde ik de zweetdruppels van mijn voorhoofd te vegen. Gebrek aan bewijs? Had stalking zó weinig prioriteit voor de politie? Voorzichtig probeerde ik me om te draaien zonder enig geluid te maken, maar ieder geluid leek duizend maal sterker dan normaal. Met mijn wang plat op de grond kon ik net onder de bank doorkijken, daar zaten ze, één van de twee moest ik hebben.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Zaak gesloten,’ riep de rechter terwijl zijn hamer op het bureau klapte. Was het daarmee afgedaan? Had niemand door wat dit voor Esther betekende? Niet meer alleen over straat durven lopen, niet meer alleen thuis, geen telefoon meer durven aannemen, nachtmerries, voortdurend in angst. Lijkbleek liep Esther het gerechtsgebouw uit. Ik legde mijn arm om haar heen en realiseerde mij dat ik waarschijnlijk de enige was die iets voor haar kon betekenen. Gevoel van bescherming, dat had ze nodig. ‘Als hij je nog één keer ook maar iets probeert aan te doen, dan schiet ik hem neer,’ fluisterde ik ondoordacht en impulsief in haar oor.</p>
<p style="text-align: justify;">Daar lag ik dan, achter de bank in de woonkamer van de stalker. Met het pistool van mijn opa. Dat ik de daad bij het woord zou gaan voegen had ik nooit verwacht. Held op sokken, dat was ik, altijd al geweest. Moest ik daarom iets bewijzen of lag ik daar echt voor Esther? Misschien wel allebei. Dat hij haar van de fiets sleurde was voor mij de druppel. Net toen we het gevoel hadden dat hij het zat was en het niet meer op Esther had gemunt. Het was pas de derde keer dat ze alleen durfde te fietsen vanuit haar werk. En weer was er die tatoeage. De tatoeage die Esther zó duidelijk kon omschrijven in de rechtszaal; Cupido, maar dan met een mes in plaats van een peil. De politie had destijds de enige verdachte wel opgepakt, maar die had geen tatoeage. Ook dat nam de rechter mee in zijn besluit de zaak te sluiten. De stalker vrijuit, ik kon er niet bij. Hij nam niet eens de moeite naar de rechtszaal te komen. Maar dat was misschien wel beter voor Esther.</p>
<p style="text-align: justify;">Toen hij haar van de fiets sleurde zette hij een mes op haar keel en probeerde met zijn andere hand haar broek los te maken. Ze wist te ontsnappen, god zij dank. Ik walgde van het idee. Ik kon het zo goed inbeelden dat ik er bijna van moest overgeven. Mijn Esther. Ik voelde de woede als vuur door mijn aderen stromen.</p>
<p style="text-align: justify;">We hebben er lang over gepraat, Esther en ik. We wisten beiden zeker dat Esther’s leven in gevaar was en dat de politie waarschijnlijk pas voldoende bewijs had wanneer Esther zelf als bewijs zou fungeren. Diezelfde middag ben ik bij mijn opa op bezoek gegaan. ‘Wilt u uw pistool nog eens laten zien opa?’ vroeg ik. Opa liep naar de linnenkast en trok de la open. Daar lag hij. Onder de theedoeken. Niet bepaald het pistool dat je in films ziet maar wel een echte.</p>
<p style="text-align: justify;">‘Er zit maar één kogel in, die is al vijftig jaar oud. Misschien werkt hij niet eens meer,’ zei opa met een glimlach. ‘Maar goed, als er een indringer in mijn huis komt heb ik in ieder geval iets om mee te dreigen,’ voegde hij eraan toe. Opa gaf het pistool aan mij. Het voelde erg zwaar aan. Ik twijfelde of ik in staat zou zijn er goed mee te richten. ‘Zie je dat klipje?’ vroeg opa. ‘Daardoor kan hij niet zomaar afgaan als je per ongeluk de trekker overhaalt.’ Hij nam het pistool terug en legde het weer in de la. Toe opa niet veel later in de keuken was, heb ik het pistool in mijn schooltas gestopt. Ik hoopte dat de kogel nog zou werken.</p>
<p style="text-align: justify;">Via het zolderraam kwam ik binnen. Eenmaal achter de bank, was er geen weg meer terug. De twee mannen, een blonde en een donkere, praatten de hele avond over van alles en nog wat. Ik verstond het niet goed. Ik had geen idee wie de stalker was. Plotseling begon één van hen over Esther. ‘Ik neem haar nog wel te grazen, en dit keer maak ik het af,’ zei de blonde.<br />
‘Anders begint ze vast weer over je enge tatoeage,’ lachte de andere man.<br />
‘Zal ik hem er vast opzetten?’<br />
De blonde man stroopte zijn mouw op en plakte er een papiertje op. Nadat de man het papiertje van zijn arm trok zag ik Cupido. Cupido met een mes. Een plakplaatje? Hebben ze simpelweg een plakplaatje gebruikt? De woede gierde als nooit tevoren door mijn lijf. Ik kon het niet meer aan. Ik pakte opa’s pistool en sprong overeind. De mannen schrokken als met water besproeide katten.<br />
‘Ga voor hem staan,’ schreeuwde ik tegen de blonde man die snel met een angstige blik in zijn ogen recht voor de donkere man ging staan. Ik weet niet meer wat er toen precies in me omging. Wat me bezielde. Hoe ik in eens tot zo een gruwelijke daad in staat kon zijn. Was het liefde? Zonder er ook maar één seconde over na de denken, bijna intuïtief, richtte ik het pistool en schoot. De kogel en het pistool werkten. Met één kogel had ik beide mannen neergeschoten. Ik hoorde ze nog naar adem snakken voor ik de deur achter me sloot en naar huis ging, alsof er niets was gebeurd.</p>
<p style="text-align: justify;">Opa moet het geweten hebben. Ik heb altijd gedacht dat ik wel gevonden zou worden, maar dat is niet gebeurd. Vandaag, een geweldige dag die ik nog lang zal vieren. Eindelijk rust. Verjaring. Ik kus Esther en samen vallen we in slaap.</p>
<p style="text-align: justify;">Sander Koops 2010</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.sanderkoops.nl/2011/01/cupido/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
		<item>
		<title>Postbank</title>
		<link>http://www.sanderkoops.nl/2011/01/postbank-2/</link>
		<comments>http://www.sanderkoops.nl/2011/01/postbank-2/#comments</comments>
		<pubDate>Mon, 31 Jan 2011 12:01:29 +0000</pubDate>
		<dc:creator>Sander Koops</dc:creator>
				<category><![CDATA[Korte verhalen]]></category>

		<guid isPermaLink="false">http://www.sanderkoops.nl/?p=105</guid>
		<description><![CDATA[‘Goedemiddag,’ zeg ik na lang achter de streep op dit moment te hebben gewacht.
- Stilte. –
‘Goedemiddag,’ zegt de man.
‘Ik wil graag geld opnemen.’]]></description>
			<content:encoded><![CDATA[<p>‘Goedemiddag,’ zeg ik na lang achter de streep op dit moment te hebben gewacht.<br />
- Stilte. –<br />
‘Goedemiddag,’ zegt de man.<br />
‘Ik wil graag geld opnemen.’<br />
- Weer een stilte, nu langer.–<br />
‘Zo zo. En nu moet ik raden hoeveel?’ vraagt de man.<br />
Verbaasd kijk ik naar de mensen achter me. De rij is lang en wordt aangevoerd door een klein oud vrouwtje. Vriendelijk lachend knikt ze me toe terwijl ook zij netjes achter de rode streep op haar beurt wacht.<br />
‘Achthonderd euro graag,’ fluister ik naar de man, licht over de balie bukkend.<br />
‘Hè? Hoeveel?’<br />
‘Achthonderd euro graag,’ herhaal ik nu met m’n praatstem.<br />
‘Achthonderd euro?’ herhaalt de man op zijn beurt, echter snoeihard.<br />
Even leek het alsof de mensen buiten opkeken en dachten; ‘Zó, die jongen gaat gewoon achthonderd euro opnemen.’<br />
‘Ja, graag,’ antwoord ik met een geforceerd lachje.<br />
‘Zo zo. Dat is niet niks. Laten we eerst maar eens kijken of je het wel hebt. Geef je pas ‘ns.’<br />
Enigszins onthutst pak ik de blauwe pas uit mijn portemonnee en reik hem richting de man. Op het moment dat hij de pas wil aanpakken houd ik deze onbewust nog stevig vast waardoor er even een soort touwtreksituatie ontstaat. De man wint.<br />
‘Drie, vijf, negen,’ zegt de man. Schijnbaar acht hij het noodzakelijk mijn banknummer hardop te zeggen terwijl hij de cijfers in de computer invoert. Nee, bij de Postbank gaat dat niet automatisch. Met de hand moeten de banknummers worden ingevoerd om zo te kunnen zien wat het saldo van een rekening is. Misschien kán het wel automatisch, maar kun je het een postbode, die enkele uren per week achter de balie mag staan, kwalijk nemen dat hij niet weet hoe?</p>
<p>Op het moment dat de man ‘achthonderd euro’ door het kantoor riep had ik gek genoeg toch ook een licht gevoel van euforie; ‘Oh, zo voelt het ultieme toppunt van verbazing.’ Dat had ik nog nooit gevoeld maar al wel veel over gehoord, een soort ontmaagding vond ik het. Nu weet ook ik hoe het voelt om ultiem verbaasd te zijn, dacht ik. Eindelijk hoor ik er bij en zal ik niet meer langs de zijlijn staan of faken dat ook ik het heb meegemaakt wanneer mensen het over ‘de eerste keer’ hebben.</p>
<p>‘Wat ga je kopen dan? Een scooter ofzo?’ vraagt de man terwijl hij zich zichtbaar afvraagt welke van de getallen op het scherm mijn saldo voorstelt.<br />
’Eh, ja, zoiets,’ antwoord ik toch nóg iets verbaasder.<br />
‘Ellie?’ roept de man. ‘Hoe kan ik het saldo zien? Is dat die twaalfhonderd euro en vier cent?’<br />
Ja hoor, gooi mijn complete saldo er ook maar uit, wat maakt het nog uit.<br />
‘Ik kom zo,’ klinkt er vanuit een van de andere ruimten van het oude postkantoor. ‘Dat kan ik vanuit hier niet zien natuurlijk.’<br />
Ik sta nu al enige tijd voor de balie terwijl de man prutst met de computer. Ik draai me om en zie dat de mensen zich inmiddels buiten bij de rij kunnen aansluiten. De oude vrouw lacht niet meer, sterker nog, ze kijkt boos. ‘Ik hoef alleen maar een postzegel,’ zegt ze.<br />
‘Godverdomme!’ roep ik duidelijk te hard. De mensen kijken me aan alsof ik een levend katje vil.<br />
‘Ik wil álles,’ roep ik, nu bijna als overvaller klinkend.<br />
‘Ik wil alles! Al mijn geld wil ik nú hebben,’ herhaal ik terwijl ik half over de balie ga liggen zodat ik het schermpje van de computer kan zien. ‘Twaalfhonderd euro en vier cent wil ik hebben.’<br />
De man kijkt verbaasd.<br />
‘Kijk, hier in de kolom SALDO,’ roep ik. ‘ S, A, L, D, O, Saldo,’ herhaal al tikkend op het prehistorisch glazen computerschermpje en overdreven articulerend waardoor het lijkt alsof ik een lid van de Jostiband uitleg dat je niet op een keyboard mag spugen omdat er dan kortsluiting komt. Al ben ik er nu van overtuigd dat me dat minder moeite zou kosten dan het opnemen van geld bij de Postbank.<br />
‘Wilt u dan uw rekening stopzetten?’ vraagt de man.<br />
‘Ja, ik ga hier weg en kom nooit meer terug!’<br />
De man opent een lade en haalt er een pakketje papier uit.<br />
‘Ellie,’ roept hij weer. ‘Welk formulier moet ik hebben als iemand zijn rekening wil opzeggen?’<br />
‘Het opzegformulier,’ klinkt er van achter.<br />
Rustig bekijkt de man één voor één de verschillende Postbankformulieren.<br />
‘Laat maar, roep ik. ‘Ik wil hem niet opzeggen, ik wil alleen mijn geld.’<br />
‘Okay,’ zegt de man. ‘Je bent wel een beetje lastig.’<br />
Mijn rijzende woede weet ik in te houden en verbazingwekkend snel staat mijn saldo in het schermpje van de pinautomaat. ‘JA’ druk ik ongeduldig zes keer achter elkaar. Een andere lade springt automatisch open – Wauw, automatisch, een wonder! &#8211; en de man haalt er geld uit.<br />
‘Zo,’ zegt hij terwijl hij mijn geld op de balie legt.<br />
Ik tel het na en houd de briefjes onder de blauwe lamp op de rand van de balie. Vervolgens stop ik het geld in m’n portemonnee en pak ik mijn pas van de balie. Vanuit de pennenhouder &#8211; uiteraard voorzien van die irritante blauwe leeuw – pak ik een schaar. Voor de ogen van alle aanwezigen knip ik mijn pinpas in tweeën en werp de delen met een boog richting de prullenbak. Dit verpest in één klap het &#8211; sort of &#8211; stoere imago dat ik zojuist had opgebouwd; de twee delen dwarrelen door de lucht en belanden uiteindelijk weer vlak voor mijn voeten, twee meter van de prullenbak. ‘Kutzooi!’ roep ik terwijl ik de stukjes plastic wegschop en langs de mensen wegloop.</p>
<p>Gelukkig is er schuin tegenover de Postbank in Sassenheim een Rabobank. Met mijn zuurverdiende bollenpelgeld loop ik als heuse geldloper naar de overkant. Hopelijk zijn de mensen van het Raiffeisendeel inmiddels ontslagen. Ik kan geen Duits.</p>
<p>Sander Koops &#8211; 2006</p>
]]></content:encoded>
			<wfw:commentRss>http://www.sanderkoops.nl/2011/01/postbank-2/feed/</wfw:commentRss>
		<slash:comments>0</slash:comments>
		</item>
	</channel>
</rss>

